Biologische bijenteelt

Het werk van de imker, de bijenhoeder, is het begeleiden en beschermen van zijn kolonie.

Europa legt in de bepalingen CE 834 en CE 889 de verschillende voorwaarden vast om een Europees bio-certificaat te krijgen. De certificering wordt in elk land gecontroleerd door lokale controle-instanties.

De biologische bijenteelt focust op het welzijn van de bij en op het respect voor de producten afkomstig van de bijenteelt. Net zoals in andere sectoren, is de biologische productie een globaal systeem voor landbouwbeheer en voedselproductie.

Een imker die ervoor kiest om op een biologische manier te werken, dient zich te houden aan een lastenboek waarin onder meer de volgende bepalingen opgelegd worden:

• De bijenkasten moeten staan binnen een straal van 3 km rond een biologisch landbouwgebied of natuurlijke omgeving.
• Imkers moeten bijenkasten gebruiken die vervaardigd zijn uit natuurlijke materialen.
• De imker mag enkel biologische producten gebruiken om zijn bijenkasten te beschermen (honing, propolis, plantaardige olieën…).
• De imker mag enkel honing oogsten uit raten waar geen broedsel in zit.
• De imker moet voldoende reserve aan honing en stuifmeel in de korf laten zitten zodat de bijen kunnen overwinteren.
• De imker mag enkel biologische was gebruiken.


De imker mag kunstmatige inseminatie toepassen en geneesmiddelen voor dierkundig gebruik gebruiken om zijn bijen te verzorgen. Hij mag zijn kolonies eveneens bijvoeden in de winter als blijkt dat de kolonie onvoldoende reserves heeft. Hij mag daarvoor echter enkel bio-producten gebruiken. De imker mag de vleugels van de koningin absoluut niet kortwieken (een techniek die door bepaalde bijenkwekers gebruikt wordt om te vermijden dat de koningin uitvliegt).

De imker moet het lastenboek 1 jaar integraal toepassen en respecteren vooraleer hij het bio-label op het etiket van zijn producten mag zetten.