De bestuiving

Wereldwijd plant de overgrote meerderheid van de planten zich voort door bestuiving. Insecten zorgen hierbij voor het transport van stuifmeelkorrels van de meeldraden (het mannelijk voortplantingsorgaan) naar de stamper (het vrouwelijk voortplantingsorgaan).

In hun zoektocht naar de nectar in bloemen, wrijven insecten (waaronder bijen) langs de meeldraden en verzamelen zo ongewild de stuifmeelkorrels (tot wel 100.000 stuks) die ze vervolgens afzetten op de stamper van een andere bloem. Insecten zijn vaak gespecialiseerd in het verzamelen van het stuifmeel van een of meerder specifieke soorten. Op die manier wordt het stuifmeel gericht getransporteerd naar een andere bloem van dezelfde soort.

220.000 diersoorten zorgen samen voor de bestuiving van ongeveer 225.000 soorten bloeiende planten. De insecten zijn veruit de belangrijkste bestuivers (bron: cijfers INRA).

Entomofilie, of bestuiving door insecten, is onmisbaar voor de bevruchting van de meerderheid van bloemige plantensoorten die we kweken voor hun granen (koolzaad, zonnebloem, boekweit), hun fruit (appelen, peren, kiwi, meloen), hun wortel of bloembol (wortels, radijsjes, ajuinen), hun blad (kolen, sla)….

Meer dan 70% van onze gewassen (waaronder bijna al ons fruit, groenten, oliehoudende en eiwitrijke gewassen, kruiden, koffie, cacao… kortom een derde van onze voeding) hangt sterk tot volledig af van een dierlijke bestuiving (bron: cijfers FAO)