Propolis

Propolis wordt door bijen uit het hars van boomknoppen gehaald en gebruikt om de bijenkorf af te dichten en te ontsmetten.

Boomknoppen zijn bedekt met een harsachtige laag die de knoppen beschermt tegen het grootste deel van aanvallen door bacteriën en virussen en tegen mycosis. De harslaag heeft eveneens een afstotend effect voor roofinsecten. Bijen gebruiken deze harslaag om zich te beschermen.

Bijen verzamelen de propolis, samen met de faryngale afscheiding, en gebruiken het om de bijenkorf af te dichten. Zo wordt de korf waterdicht en tegelijkertijd ontsmet. Bovendien smeren ze er alle mogelijke objecten en indringers mee in die in de korf belanden.
Ze gebruiken de propolis ook om de ingang van de korf groter of kleiner te maken, al naargelang de klimatologische omstandigheden. De ingangszone fungeert als een soort sterilisatiekamer die bijen door moeten vooraleer ze verder in de korf mogen.

Er bestaan talloze verschillende soorten propolis. De geografische zone en het ecosysteem waarin de bijenkorf staat bepaalt de kenmerken van de propolis. Als er zich geen planten of bomen bevinden in de omgeving van de korf, gebruiken bijen andere min of meer natuurlijke materialen om de propolis te vervangen.

Over het algemeen is propolis samengesteld uit 50% tot 55% harsbalsem, 30% was en vetzuren, 10% essentiële oliën, 5% stuifmeel en 5% organische en minerale stoffen, enkele suikers, enzymen en aminozuren.

Propolis wordt zeer vaak gebruikt binnen de traditionele geneeskunde en is het onderwerp van een groot aantal wetenschappelijke studies.

Men kent propolis enkele interessante eigenschappen toe. Het heeft, onder meer een antibacteriële, antivirale werking, werkt ontstekingsremmend en heeft eigenschappen die vergelijkbaar zijn met deze van antioxidanten.

*** bron: Abeilles et Fleurs - Hors série spécial apithérapie – januari 2012